Fundis-bestuurder Jeroen van den Oever bereidt zich voor op een verdere, noodzakelijke transitie van de langdurige zorg: “Het systeem zoals het nu is loopt al tegen de grenzen van de houdbaarheid aan. Hoe moet het als we met nóg minder mensen aan de alsmaar groeiende vraag naar zorg moeten voldoen? Daarom gaan we op expeditie. Ons eindpunt: een toekomstbestendige, ondernemende organisatie, waarin medewerkers op een gezonde manier uitgedaagd worden om zich in te zetten voor een groeiende groep cliënten, die zich op hun beurt gezien en gehoord voelen in een kwetsbare fase van hun leven.” In Skipr vandaag vertelt Van den Oever over zijn opdracht en zijn drijfveren.

Lees het gehele artikel op Skipr.nl.

Zorgkloof

Fundis gaat op expeditie. De aanleiding: een samenleving die ingrijpend verandert. Een van de begrippen waar we de komende jaren steeds meer mee geconfronteerd worden is de ‘zorgkloof’. Het aantal mensen met dementie verdubbelt in de periode tot 2040, en het aantal 80-plussers stijgt naar 2 miljoen mensen. Tegelijkertijd daalt het aantal werkenden in de zorg én het aantal beschikbare mantelzorgers: “In de wijkverpleging moeten we cliënten nu al regelmatig ‘nee’ verkopen. Er zijn niet genoeg tandartsen in Limburg. Ziekenhuizen sluiten bedden, IC’s en gangen.” Het knelt niet alleen in de zorg. “Ook in het transport, bij chauffeurs, en in het onderwijs is er een groot gebrek aan personeel. Onze samenleving gaat nog wat beleven. Dit vraagstuk wordt onderschat, want er zijn best wel wat taboes over de keuzes die we met zijn allen moeten maken.”

Een van de stappen richting toekomstbestendigheid is een aantal jaren geleden al genomen: “Een zorgbedrijf dat wil anticiperen op ingrijpende veranderingen, ‘kan niet als een moloch acteren,’ stelt Van den Oever. “Bij Fundis zat alles in één grote stichting bij elkaar. De ene hand voedde de andere, soms zonder dat wij dat in de gaten hadden. Daarom hebben we de boel opgeknipt in verstandige, slimme eenheden. (…)” Er werden aparte bedrijven gemaakt die in een netwerk met elkaar samenwerken. Inmiddels zijn dat twintig aparte bedrijven die statutair van elkaar zijn gescheiden. Geen centrale diensten, niet overal dezelfde automatisering. “Ze hebben allemaal een eigen directeur, hun eigen ratio en maken eigen keuzes. Flexibel op hun deelgebied, zonder onderlinge risico’s. En transparant, want je kunt zien waar alles zit en hoe het werkt. Dit stimuleert ondernemerschap en eigenaarschap bij medewerkers. (…)”

In dit netwerk van bedrijven – de ‘vloot’, zoals het bij Fundis heet – wordt sinds begin dit jaar nog intensiever nagedacht over de toekomst van zorg. Deze expeditie van Fundis moet de organisatie voorbereiden op deze onzekere toekomst. Dit jaar moeten moeilijke vragen beantwoord. “Van den Oever is van mening dat noch de arbeidsmarkt, noch technologische vernieuwingen of de juiste zorg op de juiste plek alleen voldoende antwoord bieden op de uitdagingen waar de zorg in Nederland voor staat. “We lopen er achteraan, we overzien niet eens wat er op ons afkomt. We roepen nu vooral: blijven opleiden, zij-instromers toestaan. Maar wat gebeurt er als de verzorgingsstaat kleiner wordt? Wat kan en wil ik dan als burger betekenen? Hoe moeten wij ons zelf organiseren, wat mag ik van de gemeente verwachten en wat mag die van mij verwachten? Een verpleeghuis wordt betaald uit de pot met collectieve middelen. Mogen wij dan iets vragen van een zoon of dochter van de mevrouw die daar wordt verpleegd? Waar de verzorgingsstaat het laat afweten is de meer directe solidariteit met je medemens een noodzakelijk gevolg. Zodoende gaan we dus ook samen zoeken naar een nieuw sociaal contract. Het enige alternatief is dat de portemonnee regeert, met alle maatschappelijke gevolgen van dien.”